Laatste der Mohikanen (geschreven door Ron Dirven, 25 april 2009)

De 70-jarige Henk Groenhuis behoort tot een uitstervend ras van beeldhouwers en keramisten die nog werkelijk het traditionele vak verstaan. In die zin kun je hem een der laatste Mohikanen noemen. Zijn kennis van de omgang met het materiaal, de anatomie van de mensen dier van antieke culturen is uitzonderlijk. Deze kennis dreigt in de hedendaagse kunstwereld snel te worden vergeten. Zoals wij nu in bewondering en met ongeloof kunnen terugzien op de buitengewone prestaties van Griekse en Romeinse beeldhouwers of Egyptische pyramide bouwers, zullen binnen afzienbare tijd de geheimen van het vakmanschap die Henk Groenhuis nog bezit voor ons verloren raken. Op de academies worden de disciplines waarin hij zich bekwaamde al decennia lang niet meer onderwezen. Tegen de tijd dat er een hernieuwde belangstelling zal ontstaan voor een figuratieve kunst geënt op de klassieken, zal het werk van Groenhuis een mysterieuze aantrekkingskracht uitoefenen op diegenen die in zijn spoor willen volgen.

Wie beheerst tegenwoordig nog de techniek van het uit de hand modelleren van vazen en schalen, glazuren, penningsnijden, hakken in natuursteen, beelden kneden uit klei of was, gieten en patineren van brons? Groenhuis leerde deze vaardigheden onder leiding van Jan Gladdines (1917-2004) op de Bredase kunstacademie, waar hij bij zijn afstuderen werd bekroond met de Sint Joostpenning. Hij studeerde verder aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. De vermaarde beeldhouwer Olivier Strebelle (1927) was daar zijn docent. Toen hij klaar was om zich als vrij kunstenaar ontplooien en te bewijzen was de kunstwereld echter definitief een andere koers gaan varen. Aan de periode waarin de Nederlandse beeldhouwkunst – met name toegepast in architectuur – had gefloreerd, kwam tamelijk abrupt een einde. De jaren zestig werden beheerst door abstracte kunst, installaties en performances. Pop-art, Arte Povera, Fluxus en de Nul-beweging waren de vernieuwende stromingen. Het werkterrein voor klassiek ingestelde kunstenaars die de figuratie trouw wilden blijven, vernauwde zich daardoor aanzienlijk.

Toch is Henk Groenhuis in staat geweest in zijn eigen idioom een met gevoeligheid doorleefd oeuvre tot stand te brengen. Hij koos tot zijn onderwerp de dieren en mensfiguren uit vervlogen tijden, vaak geïnspireerd op de Mayacultuur. In opdracht realiseerde hij gedurende de jaren zeventig verscheidene beelden in Breda: het Bokje in de Torenpassage, de Kolgans* in de Haagse Beemden, het Varkentje in het Ginneken en het Paardje voor het Bisschoppelijk Paleis in de Veemarkstraat, dat in 1998 werd gestolen. Voor de Heerlijke Orde van Breda vervaardigde hij een erepenning die nog altijd jaarlijks wordt uitgereikt.

In 1972 verhuisde hij naar Zundert waar van zijn hand meerdere werken te vinden zijn. Nabij de grens, in Achtmaal staat de Smokkelaar, in het gemeentehuis een jonge Maya met fluit, aan de Wernhoutse weg Twee Vogels en op de Markt zijn bekendste beeld: het Bloemencorsomeisje. Dit bronzen beeld uit 1979 verwijst naar het eerste Zunderts bloemencorso, de optocht werd toen gereden met fietsen die versierd waren met bloemen. De inwoners van Zundert heen dit beeld van Groenhuis in hun hart gesloten en daardoor heeft het de status gekregen van een monument. Het bloemencorsomeisje kijkt uit op het Vincent van Goghhuis, waarvoor de kunstenaar recent een erepenning ontwierp door de Vrienden van van Gogh & Zundert en waar hij nu ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag exposeert met vrij werk. Uit de keramiek, kleinsculptuur en schilderijen die hier worden getoond, blijkt niet alleen zijn veelzijdigheid en vakmanschap, maar ook zijn liefde voor de omgang met het materiaal, zijn onderwerpen en de kunst.

*de Kolgans is in 2017 gestolen.

This post is also available in: Engels